Literatuur over achtergronden

WHO, 2016:

Urban Green Space Interventions and Health. There is a wide range of international agreements and commitments to enhance and support the establishment of green spaces in urban settings, as these are considered to provide a range of benefits to the urban population. WHO has recently published an evidence review on the health impacts of urban green spaces, providing indicators for the local assessment of green space accessibility. Such indicators enable local authorities and urban planners to assess in which urban areas green space accessibility should be improved, and to establish respective planning decisions. See more http://www.euro.who.int/en/health-topics/environment-and-health/urban-health/publications/2017/urban-green-space-interventions-and-health-a-review-of-impacts-and-effectiveness.-full-report-2017

Gezondheidsraad rapport, 2017:

Recreatie in het groen is belangrijk voor de volksgezondheid in Nederland. De afgelopen decennia is de aanleg van ‘gezond groen’ achtergebleven bij de groei en veranderde samenstelling van de stedelijke bevolking. De Gezondheidsraad adviseert in en om steden meer groen voor recreatie aan te leggen. De Omgevingswet biedt gemeenten de gelegenheid om dit groen in te passen in hun plannen voor een gezonde, duurzame en klimaatbestendige stad.
Zie meer: https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-leefomgeving/gezond-groen-in-en-om-de-stad

Lee, 2015:

Urban green spaces for health and wellbeing. Relatie tussen groen en gezondheid/welzijn wordt vooral bepaald door de functionaliteit. Bijvoorbeeld: het gebruik van de groene ruimte voor
1) fysieke activiteit
2) sociale interactie
3) culturele activiteiten
4) rust en herstel.
Kenmerken van groene ruimte (faciliteiten, conditie/staat, hygiëne, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid, perceptie van veiligheid en afstand van de woning) leiden via functionaliteit tot uitkomsten (fysieke gezondheidsbaten, psychische gezondheidsbaten, sociale baten).

Hegetschweiler, 2017:

Gebruik en de baten van gebruik van groen is afhankelijk van afstemming van “supply” (fysieke) factoren (bv grootte, type, faciliteiten, biodiversiteit) en de “demand” (populatie) factoren (individuen met verschillende leeftijden, behoeften, waarden, etc).

Bell, 2014:

Verschil in behoeften t.a.v. groen afhankelijk van individu. O.a. leeftijd, geslacht, maar kan ook veranderen met de leeftijdsfase. Mate van de eigen identificatie met groen/natuur (en o.a. contact ermee als kind) is mogelijk gerelateerd aan belang dat mensen hechten aan groene ruimte. Meer focus nodig op het alledaags leven en prioriteiten van mensen, om te begrijpen hoe en waarom verschillende groene plekken een plaats kunnen hebben in persoonlijke routines.

Seaman e.a. 2010:

3 categorieën bepalen gebruik:

1) Beschikbaarheid van goede kwaliteit groene ruimte

2) Individuele omstandigheden en waarden: belangrijkste factoren waren tijd doorbrengen met kinderen en genieten van natuur

3) Niveau van gevoelde integratie/sociale cohesie als sleutel-issue bij vormgeven gebruik en toegankelijkheid tot groene ruimte. Sociale cohesie en problemen i.r.t. ontmoeting andere groengebruikers (aanwezigheid van oudere kinderen/adolescenten zonder toezicht waren barrière – associatie met anti-sociaal gedrag) leidt tot ‘self-removal’ van bepaalde groepen, meer supervisie van jonge kinderen, of stoïcijns gedrag. Belangrijk is dat mensen de zekerheid hebben over de waarden en gedragingen waarmee ze in contact komen in groene ruimte (veiligheidsgevoel).

Wolch, 2014:

Groen aanleggen/verbeteren om ‘environmental justice’ problemen te verminderen, kan buurten gezonder maken en aantrekkelijker. Dit kan paradoxaal genoeg ook negatieve effecten hebben in arme wijken, doordat het leidt tot gentrificatie en huizenprijzen/huurprijzen stijgen, waardoor oude bewoners (die eigenlijk hadden moeten profiteren van de interventie) weggeconcurreerd worden.
Uitdaging om steden ‘just green enough’ te maken: design expliciet afstemmen op zorgen, behoeften en verlangens van de buurt (bv voedselveiligheid, werkgelegenheid, gezondheid). Participatie buurt nodig.

Buijs e.a., 2009:

No wilderness for immigrants: verschil tussen etnische groepen (Turkse/Marokkaanse immigranten vs. Nederlandse bevolking) in voorkeuren voor natuurlijk landschap. Immigranten meer voorkeur voor cultuurlandschap (meer nadruk op “management”) , Nederlanders (natives) voor natuurlijk landschap (met minder ingrijpen door mens).

Peters, 2010:

Verschil tussen gebruik van park (o.a. Goffert, Thieme Park) tussen bewoners van verschillende etniciteit.

Fors 2015:

Het is de vraag of participatie daadwerkelijk zorgt voor verbetering van de fysieke kwaliteit en tegemoet komt aan lokale behoefte t.a.v. gebruik van de groene ruimte, of dat het vooral ten goede komt van de gebruikers/gemeente (proces gerelateerd). Meer bewijs/inzicht nodig t.a.v. mechanisme hoe participatie kan bijdragen aan fysieke kwaliteit van de groene ruimte (product gerelateerd).